Nederland door Italiaanse ogen

Drie totale vreemden poseren samen op een bankje. Je zou niet zeggen dat ze elkaar nog maar vijf minuten kennen. Er wordt gelachen, joviaal wordt een arm om een schouder en een hand op iemands knie gelegd. Tegen de tijd dat de foto’s zijn gemaakt, is het ijs gebroken. Een gesprek tussen drie generaties Italianen over koffie, corruptie en André Hazes.

Er wordt snel een espresso, een caffè Americano en water besteld als we bij het Amsterdamse ‘Roberto’s’ aan tafel schuiven. ‘Toen ik hier 45 jaar geleden op het centraal station aankwam, was er nog geen espresso’, zegt kapper Salvatore Zeno (65) tegen Andrea Candiano als zijn espresso wordt geserveerd. Candiano (27) is jurist en gespecialiseerd in Italiaans recht bij Bierensgroup advocaten. Zo snel als hij eruit ziet, drinkt hij in twee teugen zijn kopje leeg en zet het bedachtzaam terug op het schoteltje. ‘Oei’, zegt Marika Viano ondertussen lachend tegen Salvatore: ‘dat moet wel een straf zijn geweest voor een Napolitaan’. Viano (een dame vraag je niet naar haar leeftijd) is naast tolk en vertaalster ook correspondent voor de Corriere della sera en de Gazzetta dello sport. Als vanzelf ontvouwt zich een gesprek over de verschillen tussen Italië en Nederland.

Duurde het lang voordat jullie hier konden aarden?

‘Ik voelde me hier direct thuis’, herinnert Salvatore zich. ‘De Jordaan had wat weg van Napoli; een luidruchtige volksbuurt waar de mensen gek op muziek waren. Dat is een bepaald slag volk, net zoals de mensen van het water. Waar kom jij vandaan, Marika?’ Genua, antwoordt Marika. ‘Ah,ook een havenstad’, vervolgt Salvatore.’Wij, van de zee, zijn een open en internationaal georiënteerd volk’, legt Marika uit. Ook Andrea is opgegroeid aan de kust, hij komt uit Calabrië. In tegenstelling tot Salvatore en Marika vindt hij het lastig om zich tussen de geboren en getogen Amsterdammers te begeven. Andrea merkt dat het natuurlijker verloopt wanneer hij onder gelijkgestemden is. ‘Mensen die in het buitenland hebben gewoond, weten hoe het voelt om hier als vreemdeling aan te komen. Maar dat is het niet alleen’, zegt hij. ‘Internationaal georiënteerde mensen weten ook wat mijn waarde is, wat ik toe te voegen heb aan dit land.’ Zijn twee oudere tafelgenoten knikken instemmend. ‘Toen ik begin jaren 70 in Amsterdam aankwam’, zegt Salvatore, ‘liep ik erbij als prins Bernhard. Goed gekapt en gekleed, zoals we dat in Napoli doen. Ik keek eens rond naar het winkelend publiek in de Kalverstraat en wist dat hier brood te verdienen was. Maar wel op de manier waarop we dat in Italië doen. Daar leg je voor klanten de rode loper uit, je zet een heerlijke espresso, zorgt dat ze het naar hun zin hebben en piekfijn gekapt naar buiten lopen. Dan komen ze een volgende keer terug’, zegt hij trots. ‘Dat is nou zo typerend voor de eerste lichting immigranten’, zegt Marika. ‘Wat je nu hoort is creativiteit, een soort oermarketing inzicht. Zo’n eerste generatie ziet wat er in een land ontbreekt en haakt daarop in.’ Andrea leunt achterover en hoort het allemaal rustig aan, waarop hij zegt: ‘Dat heeft te maken met Darwins evolutietheorie. Als je je aanpast, kun je overleven. In het latijn heb je hier een uitdrukking voor, wat zich vertaalt als: ‘wanneer je in het buitenland bent, geef je het beste van jezelf‘. Salvatore kon ofwel één van de honderden kappers in Napoli blijven, waar hij niet op zou vallen, of de maestro van Amsterdam worden.’

Denken jullie dat je in Italië niet diezelfde kansen had gekregen?

‘Daar was ik inderdaad één van de velen geweest. Jongeren krijgen maar weinig kansen in Italië. Kijk naar Andrea, hij is niet voor niets naar Nederland gekomen. Er is blijkbaar weinig veranderd’, zegt Salvatore. ‘Ik ken een advocaat die in Italië amper duizend euro per maand verdiende en twaalf uur per dag werkte’, zegt Andrea.’Hij werkt inmiddels al een tijdje in Nederland en is nu leidinggevende op een groot advocatenkantoor. Ik ben 27 en wil mezelf, maar ook mijn kinderen later, een hoge levensstandaard bieden.’ Marika geeft zichzelf als voorbeeld: ‘Ik studeerde aan de oudste universiteit ter wereld in Bologna,een heel prestigieus instituut. Mijn medestudenten zijn daarna als slaven aan het werk gegaan in de tv-stations van Berlusconi. Onderbetaald en met absude werktijden. Alleen al voor mijn gevoel van eigenwaarde wilde ik dat niet doen. Daar was in Nederland geen sprake van. Toen ik de brieven van Van Gogh naar het Italiaans vertaalde, werd ik heel goed begeleid door mijn Nederlandse collega’s.’

Waar ligt dat aan?

‘Gli Italiani non si vogliono – de Italianen houden niet van elkaar’, zegt Salvatore. ‘Italianen gaan voor hun eigen belang en niet voor het belang van het bedrijf of de samenleving. Ze zetten mensen op plekken neer, omdat ze daar zelf -nu of in de toekomst- baat bij zullen hebben’, vervolgt Andrea. ‘Voor mij was Nederland het land van de onbegrensde mogelijkheden’, gaat Marika verder.’De Nederlandse staat investeerde echt in hun mensen, in het onderwijs en in vernieuwing. Ik vond en vind het nog steeds geweldig om hier te zijn.’

Missen jullie je land?

‘Soms, maar dat verdwijnt als ik ’s ochtends de Italiaanse krant opensla’, zegt Andrea. Een uitspraak die hard aankomt bij zijn tafelgenoten. Het wordt even stil. ‘Verschrikkelijk’, zegt Salvatore zacht. ‘Dat is nou precies waarom ik twintig jaar geleden ben weggegaan’, zegt Marika. ‘Wat Andrea zegt, laat zien dat er in al die jaren niets is veranderd. Toen ik net in Nederland was, werd rechter Falcone opgeblazen en niet lang daarna rechter Borsellino. Dat trof me zo diep. Het was een poging om de staat te destabiliseren. In zo’n land wil je niet wonen.’ ‘Ik ga heel graag naar Italië op vakantie’, zegt Salvatore,’maar als ik op Schiphol aankom ben ik thuis. Italië is een staat in een staat door alle corruptie. ’s Avonds kijk ik eerst naar het RTLnieuws en daarna naar het Italiaanse journaal. Een wereld van verschil. De Italiaanse politiek zorgt niet goed voor hun mensen. Ze zijn alleen maar met zichzelf bezig. In Nederland zeggen ze vaak: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Die instelling is een stuk beter voor iedereen. ‘ Een lange zucht ontsnapt terwijl hij zijn hoofd schudt. ‘Misschien dat als er ooit iets verandert, ik terug ga’, zegt Andrea. ‘Het is lastig om aan een Nederlander uit te leggen hoe Italië in elkaar steekt. Voor een Italiaan is het makkelijker om zich aan Nederland aan te passen, dan andersom. Het enige wat ik echt mis, behalve mijn vrienden en familie natuurlijk, is het weer’, lacht hij. Marika begint aanstekelijk te lachen:’toen ik hier net kwam vond ik het belachelijk dat alle Nederlanders bij de eerste zonnestralen al in de zon gingen zitten. Nu doe ik het zelf ook.’

Was het lastig om je aan de Nederlandse cultuur aan te passen?

‘Het eerste waar ik hier tegenaan liep was dat je een agenda nodig had om uberhaupt te kunnen funtioneren’, zegt Marika. ‘Mijn eerste was klein en rood. Ik heb hem als aandenken bewaard.’Salvatore grinnikt. Marika gaat verder: ‘In Italië spreek je dezelfde dag iets af of misschien voor morgen of overmorgen. Toen ik dat hier probeerde, hoorde ik: ‘Nee dan heb ik koor en de dagen daarna zit ik in de sportschool, vioolles, de verjaardag van mijn nichtje…over drie weken kan ik weer.’ Dat was zo gek. In Italië had niemand een agenda.’ Andrea vond de Nederlandse efficiëntie juist een verademing. ‘Als ik nu een afspraak maak met een Italiaanse procureur, ga ik er vanuit dat hij me op tijd informatie verschaft. Als hij zijn afspraak niet nakomt, erger ik me want afspraak is afspraak’, zegt hij in gebroken Nederlands. Salvatore schiet in de lach. ‘Van huis uit hebben wij een zuidelijk karakter’, legt hij uit, ‘maar het noordelijke karakter krijg je door hier te wonen. Als je daar goed mee weet om te gaan, heb je een perfect evenwicht gevonden’, zegt hij tegen Andrea. ‘En sommige dingen lijken wel degelijk op Italië. Kijk bijvoorbeeld naar de liedjes van André Hazes. Hij zong over het leven, over de waarheid, zoals wij dat in Napoli ook doen. Daarom ging ik vroeger naar café Bolle Jan (de kroeg van wijlen vader Froger), om het levenslied te horen.’ Andrea gaat voor diezelfde reden eens per maand naar café Nol (een hip en volks café in Amsterdam).’Och ja… André Hazes’, zucht Marika, ‘ik zag mijn man huilen tijdens een optreden van Hazes. Die man had zoveel gevoel’. Lang nadat ik het gesprek heb afgesloten, gaat het nog steeds over Hazes en worden er visitekaartjes uitgedeeld. Met een hartelijk ‘ci vediamo’, nemen ze afscheid van elkaar. Ik ben benieuwd waar ze zullen afspreken…

Dit artikel verscheen in De Smaak van Italië oktober 2015