“ De geur van brandstof, heerlijk!”

Loes Riemersma (79) is een ondernemer in hart en nieren. Daarin staat de liefde voor motoren en auto’s centraal. Naast de import van motorfietsen,  bestierden de Riemersma’s het Honda raceteam, een Volkswagen dealerschap en een leasemaatschappij. Ze heeft het er lang niet meer over gehad, maar haar geheugen blijkt feilloos.

Ingesloten tussen grote fabrieken staat een statige witte villa met rieten dak. Als de poort open gaat parkeer ik mijn auto voorzichtig naast een fonkelnieuwe Aston Martin Rapide. Het oranje lederen interieur lijkt haar tong uit te steken naar de ingetogenheid van de antraciete buitenkant. “Wat een dijk van een auto, hè?”, hoor ik een krachtige, donkere stem zeggen. Er staat een dame in de deuropening die voor 60 door had kunnen gaan. Vergezeld door een oude bouvier aan haar zijde en een boerenfox puppy in haar hand, lopen we naar binnen. “Maar gek genoeg rijd ik toch vaker in mijn Mercedes 350 cabrio”, vervolgt ze. “Ik heb iets met Duitse auto’s. In mijn jonge jaren heb ik veel verschillende Porsches gehad, maar ook Volkswagens natuurlijk en de Volksporsche. Als er iets leuks te rijden was, reden we erin. Maar met deze Aston Martin heb ik toch wel het summum te pakken. Het is de fijnste auto die ik ooit gereden heb.”

Ondanks haar liefde voor auto’s is de 79-jarige Loes Riemersma diep in haar hart meer een motor- dan een automens. Het verhaal begint als ze op haar 17e verliefd wordt op Ton Riemersma. Haar schoonvader had een motorzaak in Eindhoven en al gauw verruilde ze haar baan bij het reisbureau voor een baan in de winkel.  “Op mijn achttiende haalde ik direct mijn motorrijbewijs.  Ik dacht dat ik de beste motorrijdster van de hele wereld was. Mijn man zei wel eens: als je niet uitkijkt gebeurt er nog eens wat. Ik ben er wel eens naast beland, maar ik stond gewoon weer op.”

 

Motorimport

Voordat haar schoonvader de motorzaak opende werkte hij overdag bij Philips. In de avonduren nam hij de trein in Eindhoven en reed naar het Belgische Herstal, een voorstad van Luik. Bij de Gillet fabriek kocht hij een motorfiets en reed daarop terug naar huis. Met een beetje geluk was hij voor middernacht thuis, maakte hem schoon en zette de motor op een tafel voor zijn huiskamerraam te koop.  De basis was gelegd voor de importhandel.

In 1958 vertrok haar man naar Japan om importschappen te verkrijgen en kwam terug met de Honda motoren. “Toen in Oirschot een meubelfabriek op omkiepen stond hebben we de fabriek gekocht en de hele motorhandel naar Oirschot gebracht. Daarna hebben we ook Zündapp naar Nederland gehaald, dat verkocht ontzettend goed. En korte tijd hebben we ook nog Yamaha gehad, maar dat is overgegaan naar het motorpaleis in Rotterdam.”  Uiteindelijk importeerden ze ook Italiaanse motoren. In Modena deden ze zaken met Alejandro de Tomaso, de befaamde autobouwer, die de touwtjes in handen had bij Benelli. Daarop volgden andere Italiaanse merken zoals Laverda, Moto Morini en Testi. Schokbrekers kwamen uit Bologna en rubberen handvatten uit Varese. “Als je op een gegeven moment in een bepaald circuit zat was je binnen”, vertelt ze. “De lijntjes waren toen korter dan tegenwoordig en er waren meer kansen om iets te verdienen dan nu.”  Het ging natuurlijk niet altijd over rozen. Er zaten wel eens dips in de handel, maar Riemersma kan niet anders dan tevreden terugkijken. “Er was wel eens wat flauwekul aan de hand als onze dealers niet op tijd betaalden. Dan reed ik naar hun showroom en ging ik vooraan in de zaak zitten net zolang totdat ik het geld contant meekreeg”,  vertelt ze met een zelfverzekerd lachje om haar lippen.

 

Een beetje power

Dat ze voor de duvel nog niet bang is wordt duidelijk als we tussen de plensbuien door naar buiten lopen om de Aston Martin met haar oranje lederen interieur eens goed te bekijken. Ze kijkt me door haar zware montuur met grote ogen aan. “Kind, een auto moet in huis hebben wat ik ook in huis heb: een beetje power”. Riemersma mag dan al op leeftijd zijn, maar er lijken net zoveel paardenkrachten in haar te huizen als in de auto’s die haar zo lief zijn.  “Ik ben gek op mooie auto’s.  Het gaat me om de lijnen, maar ook om het chassis en een goede wegligging. Ik hou van een 12-cilinder waar je mee uit de voeten kunt als je vindt dat het nodig is.  Ik moet me erin thuis voelen, het is mijn tweede huiskamer. En deze Aston Martin is een sjieke, klassieke auto, er zit alles op en aan.” Met een ondeugende twinkeling in haar ogen gaat ze verder: “Als je wilt hoeft je het gaspedaal maar net aan te raken en hij is al weg. Ik rij stevig door. Vooral als ik alleen in de auto zit, druk ik het gaspedaal nog wel eens wat dieper in. Die vriendinnen van mij zijn allemaal bang. Daar staat een stoplicht, stoppen Loes, zeggen ze dan. Maar ach…ik heb al zoveel gereden in mijn leven.” De Brit wordt gestart en een diepe, gebronsde brul vult de oprit voor haar huis. Haar blik wordt zachter alsof het verleden zich weer aan de binnenkant van haar ogen afspeelt: “Dat starten van de Aston is eindeloos prachtig. Dat vond ik vroeger ook al op het circuit, als die motoren van start gingen en ik de geur van brandstof rook, zalig.”

 

Riemersma Racing

Ze herinnert het zich nog precies: “ Mister Honda had ons gevraagd een raceteam op te zetten. Daar zaten hele bekende jongens bij. Jim Redman, Bob Brown en Luigi Taveri reden bijvoorbeeld voor Riemersma Racing. Dat was in de tijd dat Agostini voor MVAgusta reed. Dat was zo’n fijne tijd. Je kunt dat niet vergelijken met de tijd van nu. Tegenwoordig staan er op het circuit campers met complete keukens erin.  Toen was het één grote familie, ook met de teams onderling. Het ging er veel gemoedelijker aan toe. Nu zijn de teams veel groter en er gaat ontzettend veel geld in om. Toen ging het nog om privé-geld.” Na het Honda team onder hun hoede te hebben genomen zijn de Riemersma’s de Nederlandse motorlegende Wil Hartog, bijgenaamd De Witte Reus, gaan sponsoren. “Mijn man wilde nooit op vakantie, want we gingen al 13 keer per jaar met Wil naar alle wereldkampioenschappen. Dan vertrokken we op donderdag en waren we zondagavond terug. Daarbij vond ik het ook zonde van mijn tijd om als een wentelteefje op het strand te liggen. Liever ging ik naar het circuit.”

Het is weer even gestopt met regenen. Tijd voor de fotoshoot. Terwijl ze bij haar auto’s poseert vraagt ze plagerig aan de fotograaf (Clemens Rikken): “wilt u me zittend of liggend op de motorkap hebben?”  Loes Riemersma voelt zich duidelijk op haar gemak. Ze is opgegroeid in een mannenwereld. Er werd wel eens vreemd naar haar gekeken door andere dames. “Ze veronderstelden dat ik een ‘mannengek’ was. Ze konden zich namelijk niet voorstellen dat ik me interesseerde voor de race. Maar dat stoorde mij niet. Ik stond het liefst in het rennerskwartier of boven de pit te kijken. De spanning was heerlijk en ik wilde zien of Wil Hartog voorop lag.  Ik ben opgegroeid in een mannenwereld en daar ben ik blij om.” Riemersma zegt geprikkeld: “De meeste vrouwen uit mijn tijd voegden niets toe, ze teerden op de verdiensten van hun man. Ik irriteerde me aan de status van ‘de vrouw van.. zijn’. Ik heb respect voor vrouwen die in de zaak meewerken.”

 

Volkswagen dealerschap

De klantenkring groeide, de zaken gingen goed. Ton Riemersma had zijn zinnen gezet op een autodealerschap. Hij kwam in contact met Piet Verbruggen, die een Volkswagen dealerschap in de schoot geworpen had gekregen. Een samenwerking kon niet uitblijven en zo werd Verios (Verbruggen, Riemersma  te Oss) geboren.  Verbruggen trok zich al gauw terug, waarop Riemersma zijn dealerschap uitbouwde met een garage. Het is duidelijk dat de Riemersma’s op hun geheel eigen wijze zaken deden. “Mijn man had aan de vader van Meindert (Pon) duidelijk gemaakt dat de Volkswagen garage moest worden gebouwd zoals hij dat wilde, niet zoals Pon dat wilde. Iedereen had zijn eigen brug, zijn eigen telefoon en zijn eigen gereedschapskist. Wat er vervolgens gebeurde was dat als er een nieuwe Volkswagen garage haar deuren opende, ze bij ons kwamen kijken hoe het eruit moest zien.”

Ze staat op en komt met een enorme stapel papier en foto’s terug. Ze werpt me een aantal foto’s en een brochure toe. “Kijk”, zegt ze trots, “onze showroom stond vol met zowel nieuwe als gebruikte auto’s.” ‘Naar Riemersma als het rijden moet’ staat als slogan in de brochure. Zeven dagen per week stonden ze in de zaak. Loes Riemersma in Oirschot, haar man in Oss.  Daarnaast waren ze in het bezit van twee benzinepompen. Mevrouw Loes, zoals ze door haar medewerkers werd genoemd, haalde de pompbedienden op in haar Karmann Ghia en bracht ze weer naar huis. Als de echtgenotes van de pompbedienden klaagden over de weekenddiensten van hun man trok ze zondags nog wel eens zelf het blauwe jasje aan. “Dat kon mij niet schelen. Ons bedrijf was ons kind. Het was hard werken, maar als je werk je hobby is gaat het goed. Dit was echt onze liefde, 100%.”

 

Eerste lichting leasemaatschappijen

In 1980 ontstond het idee om een leasemaatschappij te beginnen. Dat was toentertijd niet heel voor de hand liggend, want pas aan het eind van de jaren ’80 nam het leasen een vlucht in Nederland. Maar de Volkswagen Golf verkocht niet goed. Dus er moest iets gebeuren. Zakelijk gezien zagen ze wel brood in de verhuur van auto’s en er zat relatief weinig risico aan. “Er waren nog maar weinig leasemaatschappijen in Nederland. Het was lastig om zieltjes te winnen. Je komt zomaar niet aan veel klanten. De sneeuwbal moest natuurlijk wel gaan rollen.” Een knap staaltje pionierswerk dus, met een wagenpark van tussen de 500 en 600 auto’s. Uiteindelijk sleepten ze een aantal grote partijen binnen, waaronder Rijkswaterstaat. “Dat waren leuke leasers”, glimt ze. De Riemersma’s leaseten niet alleen Volkswagens, maar ook Audi’s en op een gegeven moment zelfs vrachtwagens. Soms wilden klanten ook een ander merk rijden, “het was niet zo dat we gebonden waren aan alleen VW of Audi en natuurlijk zorgden we daar dan voor”.

Riemersma leasing bestaat nog steeds, hoewel het bedrijf inmiddels van eigenaar is gewisseld.  De leasemaatschappij is de laatste geweest van al hun ondernemingen. Begin jaren ’80 hebben de heer en mevrouw Riemersma afstand gedaan van al hun bedrijven. De Volkswagen garage is overgenomen door een andere Volkswagendealer. En ook de import van motoren is opgehouden niet lang nadat de fabriek van Zündapp dicht ging. En hoewel Riemersma alle ondernemingen van de hand heeft gedaan is nog geen enkele dag saai geweest. Nog steeds bezoekt ze met Wil Hartog de circuits om naar de races te kijken. Terugblikkend op haar werkzaam leven zegt ze: “Waar bereik je iets mee? Niet met thuiszitten. Als wij ons niet altijd zo hadden ingezet voor ons bedrijf, hadden we dit nooit bereikt. Het is heel simpel: het komt niet vanzelf. Maar ik heb een leven gehad: zeldzaam. Ik kan niet anders zeggen dan dat het tot nu toe geweldig was.”

 

Gepubliceerd in Carros nr.6, 2012: Interview met Loes Riemersma

Fotografie: Clemens Rikken